maandag 6 december 2010

Ho Ho Ho

Normaal ben ik wel een stoere. Rood heeft me altijd beter gestaan dan roze, en in mijn kleerkast hangen meer jeansbroeken en baskets dan kleedjes en hakken. Vroeger had ik het ook niet zo voor Barbie. De Scheerpret-Ken, die was nog cool, maar voor de rest kon de Sint me meer plezier doen met een knikkerbaan, voetbal of skateboard –ok, het was een felroze, duidelijk een voor meisjes-, dan met een schminkpop. Een stoere dus. Dat imago heb ik wel een beetje. Al vertoont mijn ruwe bolster één grote barst. Een serieuze bobbel, die zich elk jaar eind november volledig ontwikkelt en begin december als een etterende puist tot uitbarsting komt.

Ik ben een kerstwatje. Spuitsneew, kerstbomen, inpakpapier, rendieren, maretakken, Irish Coffees, Jingle Bells, give it to me baby! Hoe meer, hoe beter. En zelfs de irritante kerstmannetjes die de laatste jaren bijna elke rijhuisgevel omhoogklimmen, kunnen me niet op andere gedachten brengen. I love X-mas. Ja, X-mas met X.

En zo komt het dat mijn kerstboom al staat. En dat ik mijn eerste kerstmarkt inclusief Irish Coffee(s) al achter de kiezen heb. Zes december, en ik ben er klaar voor. Mijn huis ruikt naar kaneel, mijn Carols zitten in de cd-speler, en mijn boom schittert en straalt nog meer dan het nieuw kostuum van Eddy Wally. Vijf chocolaatjes op, negentien to go, vertelt de adventskalender aan mijn keukenmuur!

Een kerstwatje dus, zo soft als een neerdwarrelend kerstvlokje, maar ook wel een beetje stoer.

dinsdag 23 november 2010

Iets geks

Ik heb iets geks gedaan. Iets zots. Iets wat ik nooit gedacht had ooit te zullen doen.
Zotte dingen doe ik wel vaker, maar altijd vrij kleinschalig. Een blog beginnen bijvoorbeeld, een dagje Parijs heen en terug, of tijdens de lunch geen klassieke smos kaas maar een vette hamburger met gehakt en pickles bestellen. Héél af en toe ga ik verder en verleg ik mijn grenzen pas echt. Zo was ik net afgestudeerd toen ik me inschreef voor een zotte wedstrijd: win de vakantiejob van je leven. Bij Flair begod. Ik deed mee, won, en bleef plakken. Of die keer toen ik op een feestje recht op die zwarte krullebol waar ik al jaren een crush op had, toestapte. Die krullebol woont ondertussen bij mij.

Nu heb ik weer iets gedaan, en ik sterf nu al van de zenuwen. Of het is van excitement.
Ik heb een ticket naar Japan gekocht!
Tine, mijn allerliefste globetrotter-vriendin, here I come. Eindelijk. Na jaren van getwijfel en overpeinzingen weet ik het zeker, ik kom af. Ik, die nog nooit een voet buiten Europa heb gezet, en nog nooit langer dan 5 uur heb gevlogen, loop binnen vier maanden rond in Tokyo, Nagasaki, of whatever.

En aangezien ik geen Oosten-freak ben, en zelfs geen rijst, zeewier of sushi lust, is dit voor mij een geweldige stap.

dinsdag 16 november 2010

Stoemp stampen

Rond een uur of vier begon het al te borrelen. Ik moest naar huis, en rechtstreeks naar mijn kookfornuis om te hakken, te snijden, te bakken en te braden. Geen risotto, sushi of pasta, maar boereneten, Vlaamse kost. Misschien zelfs stoemp! Ik ben West-Vlaming in hart en nieren, en patatten en groenten stampen tot een volwaardige winterse maaltijd leek me de perfecte afsluiter van zo’n dag vol dichte mist waarin zelfs een hond zijn jong niet kan terugvinden.

Stoemp dus.

Ik heb drie keuken-hulplijnen: mijn mama – de beste kokkin van de wereld, vooral wat de Vlaamsche boerenkost betreft-, kookboeken of het internet. En omdat ik een paar weken geleden een héél sympathieke foodblogster geïnterviewd had, besloot ik om eens op haar blog rond te neuzen. Food first then morals, een echte aanrader trouwens. Het is de blog van Sarah, een ex-uniefgenote van mij. 'Met liefde gemaakt, dat smaakt', je kent het wel. Basic, lekker en gezellig. Zo'n mensen heb ik graag.

En zo komt het dus dat ik een uur of drie later als een volleerde Vlaamse huisvrouw waar Stijn Streuvels nog een puntje aan kan zuigen, wortelstoemp stond te stampen. A la Sarah, maar dan toch een beetje anders. Op zijn West-Vlaams, met veel boter, lawaai, en nog meer liefde gemaakt.

En het was lekker, maat.

Mijn oma zaliger, geboren en getogen in Reningelst dorp, epicentrum van de Westhoek, zou trots op me geweest zijn, en mijn lief at met smaak. En ik, ik was content, want als ik patatten kan stampen, dan ben ik gelukkig. En daar doet een mens het toch voor.

woensdag 20 oktober 2010

Brrrr

Weet dat het winter wordt als:

- haar knalrode regenjas begint af te steken.
- ze naar de regen kijkt, en denkt 'Hoe gezellig toch'.
- ze steeds vaker in het verwarmde wachtkotje op het perron in Berchem kruipt.
- ze zin krijgt in stoofschotels en dikke, witte sauzen.
- ze op een onbewaakt moment al eens Jingle Bells durft te neuriën.
- het topje van haar neus vaker koud dan warm heeft.
- ze al eens twee paar kousen boven elkaar durft aan te trekken.
- ze een onweerstaanbare cocoondrang krijgt.
- ze in één week meer dvd's koopt dan in een hele zomer.
- warme chocomelk en soep haar overlevingsdranken worden.

maandag 11 oktober 2010

Zondag wandeldag!

Ik ging gisteren nog eens wandelen. Normaal vind ik wandelen niet leuk. Waarom wandelen als je ook kan lopen, fietsen, springen, vliegen, bergbeklimmen, schaatsen...autorijden? Wandelen, dat is iets voor binnen zestig jaar. Voor als we oud, grijs en versleten zijn en ik met mijn nylonkousen in hippe gympjes nog dapper een blokje rond 'slef'.
Maar gisteren was het zo'n schoon weer en waren we zo mottig van te laat in ons bed te liggen, dat wandelen een heerlijke optie leek. De zaterdag ervoor hadden we een trouwerij, om het met een mooi woord te zeggen. En een zondag na een trouwerij, dat is meestal hangen tussen zetel, kast met Dafalgan, frigo en tv. Maar gisteren niet! Ik had me die zaterdag van de trouwerlij opgeofferd om BOB te zijn, was de zondag na de trouwerij al om 11u al klaarwakker en sleurde het lief mee naar buiten, want ik moest en zou wandelen!

Zalig was het. Als twee toeristen wandelden we door Gent. Gewoon het water volgen, en stoppen als we iets schoons zagen. 'Hé liefje, kijk!'. 'Hé, check ta!'. Zotjes hoe je plots zoveel mooie dingen ziet als je eens niet met je fiets of auto voorbijzoeft.

Het nieuwe stadsmuseum van Gent bijvoorbeeld.
En nee, de mensen op de foto zijn geen vrienden of kennissen. Ik ken ze niet.


Of kijk! Een duiker op een appartementsgebouw!



Of hoe ik op een saaie zondagmiddag na vier uur rondwandelen ongelofelijk zen en euforisch thuiskwam eigenlijk.
Iemand zin om een wandelclub op te richten?

De volgende keer blog ik over iets spannends. Beloofd!

maandag 4 oktober 2010

Rommelmarkt.

Super Nintendo.
Super Content.

Manic Monday!

Het lag op de bodem van onze brievenbus, een beetje verfrommeld onder De Morgen.

We schrijven maandagmorgen, rond een uur of 7.

- (slaperig) Hu, Toon, weet jij iets van 50 euro?
- (slaperig) Nee, wrom?
- Omdat er een briefje van 50 euro in onze brievenbus zit.
- Hu? 50 euro?
- Uhu. 50 euro.

En hierbij verklaar ik het briefje van 50 euro tot hét mysterie van de week. 'Een aanbidder!', riep collega S. 'Of een dement oud vrouwtje!', aldus collega A. Wat het ook zij, vanmorgen zat er in onze brievenbus een opengescheurd envelopje. In de enveloppe een briefje van 50 euro. En bij het briefje van 50 een klein papiertje waarop in een mooi handschrift 'Gelukwensen!' geschreven staat. Geen naam, geen postzegel, geen afzender, niets.

Rest mij maar één vraag: Van wie komt dit? Wij hebben helemaal niets te vieren!

(Ok, ik geef het een week, maar als ik dit weekend nog niets of niemand gehoord heb, dan doe ik er iets leuks mee. Deal?)