woensdag 21 juli 2010

Feesten gelijk de beesten

Ik zou kunnen bloggen over de lange wachtrijen aan de geldautomaten, over de geldautomaten die veel te snel leeg waren, over de Canadese Regi die naast zijn tapdansende Linda op zijn keyboard alles gaf, over de tienduizenden zweterige lijven overal waar je kan kijken, over de pintjes uit plastieken bekers, over witte tennissokken, over gedeporteerd worden omdat je geen witte sokken draagt, over Jezussen en wiet, over kots, over Paul Severs op de dansvloer, over worsten en hamburgers op het juiste moment, over Eddy Wally en zijn appelflauwte, over een frietje stelen, over Irish Coffee met een rietje om af te sluiten, over de zon zien en denken 'serieus, nu al?', over sneeuw op de Vlasmarkt, over verkrampte ledematen die nog een laatste danske forceren, over herkend worden als die van de Flair in een schraal WC, over meer bier - lauw bier, over plots naar beneden kijken en zien dat de zool van je rechterschoen volledig verdwenen is, over extreem triestig zijn because of dat laatste, over nog altijd duizenden mensen rondom je te zien terwijl de zon al lang op is, over een lallend lief lief, over nog meer bier, over de coolste vrienden, over thuiskomen en nog niet moe zijn, over wakker worden, de ravage overzien en denken 'het was het allemaal waard'.

Maar ik doe het niet. Kom gewoon eens af naar de Gentse Feesten. En geef een belletje, want ik wil nog eens!

maandag 12 juli 2010

Wat ik op een dag van 30° doe

- nog voor mijn wekker afgaat wakker worden, want de zon schijnt. HALLO, DE ZON SCHIJNT!

- samen met het lief op de vélo springen en zomaar even fietsen van Sint-Amandsberg naar Wetteren (klinkt verder dan het is).

- tussen een handvol senioren een colaatje drinken in café De Roskam op de Markt van Wetteren.

- een broodje met vleesbrood (voor hem) en eentje met kaas (voor haar) bestellen bij een louche Filippijnse. Ook in Wetteren. En ze had een ventilator en dat deed geweldig veel deugd.

- terugfietsen van Wetteren naar Sint-Amandsberg (klinkt verder dan het is).

- onderweg zomaar even een reiger, platgereden egel en ander natuurlijk schoon spotten.

- onderweg ook nog bijna van mijn fiets donderen doordat een dikke bij zich onder mijn oksel genesteld had. Op het randje van een bijensteek gestaan maat! In mijn oksel!

- even een kleine flauwte krijgen van de warmte (ondertussen, 36°, in de schaduw). Of was het die bijna-bijensteek? Dan maar heel even verkoeling zoeken in een parkje. En mijn fiets daar gesmeten. En mijn lief toegeroepen dat ik daar misschien wel zou doodgaan, daar in dat park.

- thuis stoppen om het lekkerste ijskoude glas spuitwater ever te drinken. Als het er al geen twee waren.

- naar de Blaarmeersen fietsen om daar een geweldig deugddoende plons te nemen. Tot we daar roeibootjes zien liggen! Dan maar een halfuurtje roeien op de plas en me een fractie van een seconde Allie uit The Notebook voelen. Vervang de witte zwanen gerust door krijsende kinderen in gele pedalo's.

- (Tussendoor ook nog ontdekken dat ik eigenlijk wel een talent heb om een roeiboot te besturen.)

- boot aan de kant leggen, naar huis fietsen en de Kangoo uit zijn stal halen.

- doorrijden naar de mosselstad in Olland – ja, Olland! – om daar de beste mossels ooit te eten. Hij ‘op Philippiense wijze’, ik ‘met witte wijn’. ♥ ‘In Den Vlaemschen Pot’ in Philippine. Hup Holland Hup!

- 120 km rijden naar Roeselare en het lief afzwieren op de Fiesta Tropical.

- zelf naar huis rijden wegens compleet afgemat en daar natuurlijk niet kunnen slapen.

zondag 11 juli 2010

Goalgetter

Mijn lief dacht ‘hé, die is misschien wel iets voor mij’, toen ik hem op een zondagmiddag langs mijn neus weg vroeg of hij zin had om naar Roeselare-Westerlo te gaan kijken. Hij wist ‘die moet ik houden’ toen ik een paar weken later langs dezelfde neus weg even checkte of hij Fifa Soccer op de Playstation had. En hij heeft nog nooit zo verliefd gekeken als toen ik in datzelfde spelletje Fifa met een geniaal één-tweetje verpletterend won.

Ik heb een voetbalfreak in huis. Als hij niet zesendertig keer per dag naar Sporza.be surft, dan heeft hij een dag niet geleefd. Zijn voetbal ligt bij mij in de living. In een hoekje, goed in het zicht. En ik heb het nog niet getest, maar ik weet zeker dat hij de linksbak van Ivoorkust of de trainer van Roda JC sneller kan opnoemen dan de datum van mijn verjaardag. Heef af toe test hij me eens, heb ik al gemerkt. Dan zit ik samen met hem in de zetel naar de voetbal te kijken (ik meestal één oog op het scherm en een ander oog in een boekske) en dan vraagt hij ‘weet je wie dat is?'. Gescoord heb ik, toen ik vorige week de naam Diego Maradona op het gezicht van de Argentijnse coach kon plakken. Vanwaar het plots kwam, God mag het weten, maar ik wist het wel!

Liefde is… interesse tonen in de interesses van je partner, en daarom doe ik dus af en toe eens mee. En geef ik me al een volle maand over aan de WK-gekte. Tijdens de halve finale Spanje-Duitsland stond ik hevig zwetend, luid 'goaaaaal!' roepend, en met een blik Jupiler in de hand voor een groot scherm. En vanavond is het weer zo ver. De allerlaatste match, de finale. En dan staan we daar opnieuw, voor dat grote scherm.

Hij supportert voor Nederland, ik voor Spanje. Omdat ze beter voetballen, én omdat ik ze mooier vind om naar te kijken - maar dat laatste zeg ik er niet bij.

maandag 5 juli 2010

ZOMER!

Back

'Hoe is het nog met je blog?'

We schrijven maandagmorgen, een uur of tien. Het weekend ligt nog zwaar op de maag en zit nog meer in mijn hoofd. Ik zit samen met een zestal collega's in een broeierig vergaderzaaltje productief te wezen.

Mijn blog..? Juist ja, mijn blog. Hallelujah! Ik heb een blog! Halloo! Een blog! Sorry gasten, ik heb jullie zwaar verwaarloosd. Ik heb gefaald. Mijn blog staat op de rand van een faillissement. Vreemd dat de internetdeurwaarder nog niet aan mijn deur stond.
Een blog starten bij de start van de zomer is ook wel geen slimme zet. Ik had hier nog maar net mijn eerste passen gezet, of we spraken van een hittegolf. En als je moet kiezen tussen zweterige handjes op een toetsenbord en een frisse mojito op een terras. Allez. Ja. Geweetwelé.

Maar het wordt beter.

We schrijven maandagavond (na een drietal glazen wijn). Ik heb er zin in. In schrijven, in gedachtenkronkels met jullie delen, in zomer op mijn blog.

En als je me nu wil excuseren. Mijn lief is erdoor. Hij is geslaagd. Ik heb iets te vieren!

dinsdag 22 juni 2010

Nobody's perfect, zeggen ze

Toen ik vanmorgen op het werk de trap opliep, moest ik keihard lachen. Niet dat er iemand iets grappigs had gezegd, of dat ik iemand had zien vallen ofzo. Nee, ik was alleen en moest keihard lachen met mijneigen. Reden? Mijn afwijking. Ik kan onmogelijk op een normale manier een trap opwandelen. Nee, als ik de trap neem, dan moet ik lopen. Precies of er twintig man achter me zit. En alsof dat nog niet genoeg is, trek ik er ook nog eens een raar gezicht bij. Precies of ik een marathon traplopen aan het afleggen ben.

Aaaah, afwijkingen. Ik heb er wel een paar.

- Met stip op één: Marco Borsato. Zet mij op een optreden van Marco, en ik kom zot. Leg Rood op en ik begin hyperextatisch mee te zingen. Ik weet niet wat het is. Ik heb het niet speciaal voor Hollanders of voor mannen die zingen over het rood van jouw lippen. Maar Marco, man, die doet iets met mij. Misschien zijn het zijn krullen wel.

- Gezond doen. Ik wil het wel, maar kan het niet. Neem nu vandaag. Een bevallige collega had witte thee voor me meegebracht. Witte thee?! Was dat dan zoals melk met een theesmaakje? Of thee met een melksmaakje? Nee hoor, blijkbaar is witte thee gewoon gezond. Het zou een facelift in een kopje zijn, boordevol antioxidanten. Gezond doen, dat wil ik wel! Dus, vandaag, na de lunch geen cappuccino met extra suiker maar witte thee. Maar dan begint het. Dan heb ik die thee nog maar half aan mijn lippen gezet, of dan zie ik die koekjes op de kast. En als het spel eindigt, dan heb ik een tas witte thee gedronken, en ook weer drie kletskoppen gegeten. Gezond hé?

- Zingen. Ik zing zonder dat ik het weet. En overal. Heel gênant. Dan zit ik op het werk op het toilet en besef ik als ik mijn blaadje WC-papier aan het afscheuren ben, dat ik weer eens aan het zingen was. Rood van Marco Borsato, stel je voor. Gelukkig zijn die deuren redelijk massief.

- Ketchup. Bij alles, op alles.

- En dan heb je ook nog de rechterpantoffelkwestie, maar dat heb ik hier al eerder uiteengedaan. En ik ben een West-Vlaming. Volgens sommigen ook een serieuze afwijking.

Voor de rest ben ik eigenlijk vrij normaal. Saai he?

vrijdag 18 juni 2010

Yvette en Marcel



Er zijn zo van die momenten waarop je echt niets te doen hebt. Meestal zit ik dan op de trein. En kom ik van mijn werk. IPod plat, boek vergeten, de Metro al zesendertig keer doorbladerd. Mijn hoofd veel te vol en mijn maag veel te leeg. Eergisteren was zo’n moment. Ik was al 230 koeien gepasseerd en zat met mijn hoofd in Delhaize, ergens tussen de rayon van de groentjes en de vis, te twijfelen tussen een slaatje of pasta met scampi. In het echt zat ik tussen Beveren-Waas en Sint-Niklaas. Gestrand, want halleluja, de NMBS stond weer in panne.

Ik zat gekneld. Tussen een goed gezet bazig vrouwmens schuin tegenover mij, en haar ventje, Marcel, naast mij. Op pensioen maar nog te jong om zich gepensioneerd te voelen. Zo’n koppel. Het vrouwmens had me in de mot. Ik voelde het, maar bleef koppig door het raam staren. Zo’n vrouwmensen, ik houd daar namelijk niet zo van.

- Juffrouwtje, at ie ambetant doet, geef hem naar nen tsjok. Ge meugt van mie.

Juffrouwtje. Lap, i was involved. Ze had het tegen mij. ‘Hem’, dat was de arme Marcel naast mij. Ik kon niet anders dan eens groen teruglachen.

- Awi Marcel, wuk is da nu? Ge moet gie niet tsjokken tegen ik omdak ik dat zegge. Ik meuge dat toch zeggen tegen dat juffrouwtje?

Ik keek opzij en kreeg ineens gigantisch veel medelijden met Marcel. Nog geen tien minuten opgestapt en al openlijk vernederd. Koekegoed en een en al sloef. Dat was Marcel. Dat kon je ruiken van op drie kilometer afstand. Terwijl al zijn maten aan de toog het WK volgen, loopt hij thuis rond met een plumeau. Daar ben ik zeker van. Kuisen, dat kan zij niet meer, met haar gezwollen enkels en artrosepolsen. Arme Marcel.

Nog geen tien minuten later wist ik alles. Dat ze te veel potten koffie gedronken had in Antwerpen en daarom voortdurend pipi moest doen, dat ze nieuwe patroontjes van katten gekocht had om schone lapjes mee te naaien, dat ze een krak was in breien met vier naalden, en dat ze zweette gelijk een os, maar dat zwoel weer nog altijd beter is dan regen, want dan zou ze met haar natte kazakke op de trein moeten kruipen.

Van Marcel wist ik niets. Hij zweeg, knikte, en glimlachte wanneer dat nodig was. Net als ik.

Ergens ter hoogte van Gent-Dampoort begon ze over haar rok. Nog altijd tegen mij. De rok was gifgroen met kringels en aartslelijk.

-Heb ik gisteren gekocht. Voe twintig euro. Das een batje hé, een rok voor twintig euro.
- Uhu
- In een chique winkel. Op de ring rond Bruhhe. Alli, oe noemt die winkel were? Ik zou het duusd keer zeggen. 't Is niet den E5, maar dien anderen. Alli, godverdomme, ik kom er nu niet op.

*stilte*

- Vögele
zei Marcel na twee minuten kurkdroog. Het waren zijn eerste woorden op die lange treinrit.

Eén woord, en ze zweeg. Keek zelfs een beetje verbouwereerd. Marcel had gescoord. En ik was zo ongelofelijk trots op hem dat ik bijna moest huilen.